Goudmijn

Het moet volgens de inschattingen van ma zowat 45 jaar geleden zijn dat de gaskachel in hun huisje plaats maakte voor een variant op hout. Pa was een fervent liefhebber van de vlam en warmte die de gevezelde stronken creëerden. In zijn materiaalhok stond al langer een klein exemplaar, waar ook al eens een eitje op gebakken werd. Sindsdien werd er enkel nog met hout verwarmd. Deze week kwam er een einde aan een tijdperk.

Ik herinner me nog hoe we voor bad- en slaapkamers een elektrisch vuurtje hadden indien nodig. De bevroren ramen deerden ons niet want Koning Winter zorgde voor prachtige bloemen. En het mag fris zijn wanneer je onder de wol kruipt. Zie voor me hoe de jonge snaak in mij ’s ochtends vroeg uit bed sprong om mee hout te gaan kappen in de Kempense bossen. De kettingzaag was verboden terrein. Met een kapmes mocht ik de zijtakken wegdoen. Pa zaagde de stammen op een lengte van 1 meter, waarna ik ze mee het bos mocht uitdragen. Bij een kleine hoeveelheid was dat op onze aanhangwagen. Op andere momenten stond wat later een tractor met grote kar bij ons in de straat. Met de kruiwagen naar achter voeren. In stukken zagen zodat later alles netjes in de kachel paste. En de dikkere met een kliefhamer aanpakken, de ene al wat vlotter dan de andere want sommige bleken koppigere kronkels te hebben dan een opgroeiende puber. Echte werkhandschoenen tegen de blaren. Terpentijn die op je huid en lichaamsharen plakt. Herkenbare geur. De schors van je benen als het een beetje misging. Stapelen onder de zelf in elkaar geknutselde hal die groter was dan menig tiny house. De stelling dat je jezelf meerdere keren aan het hetzelfde hout verwarmt? Jazeker. Tevreden na het harde werk. Ontspanning tussen het studeren door. Afreageren. Mindfulness avant la lettre.

De knipoog van mijn vader wanneer hij zag hoe ik er ’s ochtends enthousiast invloog en mijn bobijntje ’s middags bij de boterhammen al flink afliep. Het begrip kruissnelheid was me toen nog vreemd. Een tempo zoeken dat je lang kan aanhouden, waar heb ik dat nog ervaren… De glimlach bij het aanvullen van de houtmijn, wat met zijn Oost-Vlaamse tongval bijna hetzelfde als goudmijn klonk, en het besef dat er weer voor een hele tijd warmte was. Ma en wij mochten het nooit koud hebben, ook als hij er niet meer zou zijn, moest zij nog jaren kunnen stoken. “Wie niet zorgt voor de zorgen van morgen, bezoeken de zorgen morgen” als lijfspreuk. Het hout kon hij meestal voor een prijsje op de kop tikken. Regelmatig zelfs gratis, om bossen voor anderen op te kuisen. Met de stijgende brandstofprijzen werd dat hout zelfs letterlijk een beetje goud. De liefde voor hout, de vlam en bij uitbreiding de natuur werd met de genen doorgegeven. Onze jongens weten ook van vuurwanten. Ik zie bij hen een schrammetje nadat ze met hout aan de slag waren, net als destijds bij mij. Denk terug aan hoe mijn vader me waarschuwde wanneer ik er nu hen op attent maak. De geschiedenis heeft de gave om zich met een knipoog te herhalen. Door herinneringen die je via een lach of traan in je hart laat nestelen. Met het besef dat onder een appelboom geen peren liggen. En trots om uit dat hout gesneden te zijn.

De houtkachel bleef de ideale warmtebron en fungeerde ook als minikeuken: traag gegaard konijn volgens een recept van mijn grootmoeder, stoverij, duifjes, varkenspoten (nee dankje), havermout, soep en zelfs croques op zilverpapier, zoals wij aluminiumfolie noemden. Wat nog in mijn neus gegrift staat, is de geur van water met vicks, dat mijn vader voor zijn gevoelige luchtwegen gebruikte, in de zetel, hoofd onder een handdoek boven het warme mengsel. Iedereen die passeerde, nestelde zich op één of ander moment wel voor de kachel. Af en toe omdraaien zoals een kip aan het spit. De glimlach op pa’s gezicht wanneer hij zag dat mensen bankje of stoel verplaatsten omdat het te warm werd… Voor dag en dauw maakte hij ze aan, zodat het in de woonkamer en keuken al wat warmer was zodra wij de lakens van ons afgooiden. Tijdens de examens was het mijn plekje om nog wat leerstof te herhalen, met een lekkere kop warme melk.

Onder het afdak aan de achterdeur was er ruimte voor een kleinere voorraad, die dan om de zoveel dagen aangevuld werd met blokken uit de goudmijn. Kruiwagen na kruiwagen. Jaren. Decennia. Op een bepaald moment hadden we voor wel 10 jaar voorraad. Slechts één keer kochten mijn ouders een kar eikenhout aan dat thuis geleverd werd. Mijn moeder heeft zich effectief nog een paar jaar kunnen verwarmen dankzij de ruime voorraad. We hadden jaren geleden al met pa beslist dat er geen hout meer zou bijkomen en op pellets zouden overstappen. De laatste voorraad ging er de voorbije winter door. Deze week werd de pelletkachel geïnstalleerd. De koperen ketel die ontelbare keren met hout gevuld werd, krijgt een tweede leven. De warmte is terug. En eigenlijk nooit weggeweest. Op een iets andere manier dan voorheen.

3 reacties op “Goudmijn

Geef een reactie op Anoniem Reactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.