Schouderklopje

Zodra we bij de aanmelding te horen krijgen dat er zonder pak gezwommen moet worden, nemen de zenuwen het flink van me over. Terug naar huis, even op de grond liggen en met muziek van Sigur Ros op de achtergrond wat ademen, aarden en de polsslag terug omlaag proberen krijgen. Laatste hapje eten en dan naar de start. Van alle disciplines in de 1/8e triatlon waaraan ik vandaag deelneem, is zwemmen het enige luik waarin ik me onzeker blijf voelen. Twee jaar geleden bij de eerste deelname viel het relatief mee, de eerste keer in open water, ook al tilde ik me toen al wat duizelig langs de trap omhoog, blij om aan het fietsen en lopen te starten. Maar dat was met een pak, waardoor je toch makkelijker door het water glijdt en je achterwerk en benen minder snel de diepte opzoeken. En – toegegeven – ik had meer geoefend. Vorig jaar heb ik omwille van een rugblessure niet kunnen deelnemen, volop supporterend voor mijn maten die mij dit jaar toch weer hebben kunnen overtuigen…

Ik besef dat ik met mijn bij benadering tweewekelijkse sessies baantjes trekken in het zwembad vanaf ergens begin dit jaar, telkens gevolgd door wat ravotten met onze spruiten – verdorie ik kan ze samen niet meer baas – nooit een goede zwemmer zal worden. En dat is niet erg. Die meters haspelde ik dan net als twee jaar geleden af met een pullboy tussen mijn benen. Je houdt daardoor je benen stil om ze te sparen voor het fietsen en lopen, traint je armen meer en hebt een beetje meer drijfkracht. Wat heb ik in dat zwembad genoten van de techniek die andere zwemmers aan de dag legden, goed kijkend of ik iets kon opsteken om mezelf dan, gecombineerd met tips uit filmpjes en van mijn fietsmakker, wat meer als een vis in het water te voelen. Ik vroeg me dan soms inderdaad wel eens af waarmee ik bezig was, wanneer ik crawlend rustig een vrouwenbuik voorbij zag glijden en vaststelde dat die sierlijke dame mij op haar rug voorbij zwom. Maar dat kun je uiteraard met een glimlach plaatsen want je legt de hectometers traag maar zeker op je eigen snelheid af. Ik kan de afstand aan en zelfs wat sneller dan voorheen. Geruststellend. Puffend aan de kant zie je dan hoe iemand in een rolstoel tot aan de baan naast jou gereden en in het water gegooid wordt om op zijn tempo heen en weer te zwemmen. Mooie les in relativeren.

Zonder pak dus. In open water. Dat is verdorie twee jaar geleden. Het laat me niet los tijdens de tocht met de koersfiets naar het kanaal, waar het startschot gegeven wordt. Mijn makkers zien dat ik zenuwachtig ben. Ik probeer het wat weg te grappen. We wandelen van de eerste wisselzone naar de plek waar we nog een kwartier moeten wachten vooraleer in het water te mogen. Mijn hartslag gaat opnieuw omhoog en zodra we in rijtjes in het water onder het touw met driehoekjes liggen gaat die niet meer omlaag. Nog een minuut. Ik probeer rustig te ademen en simuleer mijn slagritme, besef dat het veel moeilijker is om stil te liggen en voel af en toe een hand of been van deelnemers vlakbij mij. Een halve minuut. Het water is niet koud – daar dient dat pak eigenlijk voor. Ik spreek mezelf moed in. Over een minuut of twaalf loop ik naar mijn fiets. Dat is anderhalve keer dat stukje muziek waar ik zo rustig van word.

Knal! We zijn vertrokken. Ik zie de snelle mannen wegspurten en probeer in mijn slag te geraken, blik op de boei waar we draaien om dan wat verder via de trap het kanaal uit te klauteren. Ik hoor mensen mijn naam roepen. Dat geeft de burger moed. Vorige keer lukte het ook. Na een meter of honderd gaat het mis. Ik panikeer en ben mijn (adem)ritme kwijt. Weet nu nog altijd niet waarom. Begin om de slag te ademen en probeer het nog een keer. Eventjes. Lijk dan weer niet vooruit te komen. Kijk al even aangeslagen als mijn zwembrilletje naar de gele ballon die geen meter dichter schijnt te komen. De twijfel slaat toe. Verdorie, ik mis die streep op de bodem van het zwembad als rustpunt. Heel even opnieuw dat gevoel: waar ben ik mee bezig? Dit komt niet goed. Over naar plan B: schoolslag. Die deed ik af en toe in het zwembad en dat ging nog zo slecht niet. Maar zelfs dat komt technisch niet meer helemaal goed. Crawl en schoolslag afwisselend geraak ik tot aan de boei.

Het wazige einde komt in zicht. Ik zwem vlak langs het touw om mezelf te oriënteren. Versnel toch nog af en toe en blijf beide slagtypes of iets wat erop lijkt afwisselen. Zie toch nog badmutsen voor me in het water. Herken wanneer ik adem vrouwlief die vanaf de oever roepend foto’s neemt. Het komt in orde. Ben er bijna. Hijs mezelf als één van de allerlaatste zwemmers uit het kanaal, waar zoonlief me aanmoedigt. Mijn makkers deden het goed. Ik zie één van hen nog vertrekken terwijl ik richting de wisselzone loop. Het voordeel is wel dat je in de wisselzone probleemloos je fiets vindt, realiseer ik me achteraf. Na de eerste linkerzijstraat aan de eerste boom rechts, had ik me ingeprent. Ik had bijna kunnen zeggen: de eerste fiets die je tegenkomt. 🤔

“Een cirkel is eigenlijk een mild vierkant” (Aldo Van Eyck – Architect)

Eénmaal op de fiets vind ik pedalerend mijn ritme en ademhaling terug. Zoek een tempo waarvan ik weet dat ik het volhoud en slaag erin een aantal minder trage zwemmers in te halen. Ik zit helaas niet in een snel peloton en ben vooral op mezelf aangewezen. Herken mensen langs het parcours dat zo goed als aan mijn ouderlijk huis passeert en geniet terwijl ik voldoende drink en nog wat suikers naar binnen speel. Toch fijn om dit in eigen dorp te doen. Na twee rondjes duik ik de tweede wisselzone in om een laatste keer van schoeisel te veranderen. De vrouw en dochter van een fietsmakker moedigen me aan. Ik antwoord “rustig aan”, want heb mijn knop al omgedraaid om gecontroleerd de meet te halen. Een official stopt me even en wijst me er nog op dat ik te snel mijn helm losgemaakt heb. Ik geef hem een schouderklopje en bedank hem met de woorden dat ik maar een liefhebber ben. Hij lacht en wenst me succes want zal net als mij ook gemerkt hebben dat de koplopers hun eindspurt al achter de rug hebben.

De loopafstand schrikt me niet af. Ik besluit rustig te starten om mezelf niet te vergalopperen en als het gaat wat te versnellen. Twee rondjes waarbij de tragere deelnemers uiteraard gedubbeld worden door de snellere die nog niet aangekomen zijn en hun laatste toertje in het centrum afwerken. Dat laat ik niet aan mijn hart komen. Vrouw- en zoonlief staan strategisch opgesteld om me nog eens ferm vooruit te schreeuwen. Ik stel hen glimlachend gerust. Alles onder controle. Dat was daarstraks wel wat anders. Dan hoor ik hoe iemand mijn snelste makker toeroept en even later herken ik zijn ademhaling in mijn rug. Een tikje op mijn billen en een wederzijdse aanmoediging. In één van de straten verderop vragen de kinderen of ze je mogen afkoelen met een waterpistool en loop je onder een sproeier door – heerlijk. Nog wat verder een spons en een beker water van de organisatie – dikke merci aan alle vrijwilligers. Nog één rondje.

Langs het parcours zitten, staan of wandelen af en toe nog steeds mensen die ik ken. Ze moedigen me aan of wensen me proficiat. Ik steek mijn duim uit of grap dat ik mijn eindversnelling ga inzetten. Hoor hoe in een groepje mensen die mij kennen van toen ik nog voetbalde iemand voor de grap zegt dat ik vroeger sneller liep. Het doet me opnieuw lachen. Want ze hebben helemaal gelijk en ik weet dat het grappend bedoeld is. Maar ik lach ook omdat ik vroeger nooit gedaan zou hebben wat ik nu doe. Ik was een talentrijke voetballer maar miste het karakter om het echt te maken, werd wel eens – en achteraf gezien terecht – gezegd. Daarom ben ik dankbaar dat ik mede door de overtuigingskracht van mijn vrienden opnieuw deelgenomen heb aan een discipline waarbij vooral mijn karakter en doorzettingsvermogen me tot aan de finish brachten, waar we samen heerlijk nagenoten hebben.

Het was verdorie afzien in het water. Zoonlief vertrouwde me achteraf toe dat hij even dacht dat ik bij het zwemmen zou opgeven, want hij zag dat het in vergelijking met de vorige keer voor geen meter ging. “Vroeger zou papa opgegeven hebben, nu niet meer”, was mijn antwoord. Nu heb ik losgelaten, ook al was het even flink wringen, en geef ik mezelf een schouderklopje omdat ik in een moeilijk moment geen hardheid maar mildheid voor mezelf gevonden heb.

Foto’s – Annik Loodts

4 gedachten over “Schouderklopje

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.