Kuuroord

“Als we geen ruzie maken, blijven we drie dagen”, was mijn knipogend antwoord op de vraag van onze jongste hoe lang we met z’n tweetjes zouden gaan kamperen. Er is uiteindelijk maar één moment dat we het niet eens zijn: hij ziet achter de opening in een grot voldoende ruimte om langs daar onze wandeltocht verder te zetten, terwijl ik enkel oog heb voor de kloof die naast dat – voor mij althans – veel te smalle ingebeelde pad gaapt. De armen gekruist en boos op een bankje, zo laat ik hem even. Om hem dan tot bij mij te roepen en het nog eens over veiligheid te hebben. Ach, even later stappen we weer vrolijk samen verder en genieten we volop in Klein Zwitserland, een andere naam voor het oogstrelende Müllerthal, in de buurt van het Luxemburgse Echternach.

Het is niet de enige keer dat ik tijdens dat lange weekend het gevoel heb de jongere versie van mezelf te zien. Ja, ook mokkend op een bankje. In de omgeving waar ik 20 jaar lang zo goed als al mijn kind- en jeugdvakanties doorgebracht heb, in feite opgegroeid ben en me toen altijd vrijer voelde dan in mijn thuisbiotoop. De Sauer (Sûre) is een rivier die in onze Ardennen ontspringt en in de Moezel uitmondt. Hij vormt over heel wat kilometers de natuurlijke grens tussen Luxemburg en Duitsland. Vlakbij Echternach, aan de andere kant van het water, ligt het pittoreske dorpje Bollendorf, dat als luchtkuuroord in de Südeifel geboekt staat. Vandaar dat werkelijk ademen er vroeger misschien altijd wat makkelijker was. Het is op die plek dat zoonlief en ik een plekje tegen de heuvelwand toegewezen krijgen om ons minitentje op te stellen, amper voldoende ruimte om met twee in te liggen maar wel compleet met geïmproviseerde ambachtelijke wasdraad. Eén plooitafel, twee vouwstoeltjes. En een auto die als bergruimte fungeert, voor één tas met kleding, handdoeken, toiletzak, plastic eetgerief, water, melk, cornflakes, beschuiten, confituur en wat koeken voor als we flink zijn, kaarsjes om het gezellig te maken, zakmes en -lamp. Back to basics. Voor de lunch en het avondeten zoeken we wel iets als we een uitstap doen of in het dorp zelf.

Zodra onze slaapplaats klaar is, wandelen we via het bospad langs de rivier richting dorp. Hij wordt aangetrokken door een rotspartij en het kleine eilandje waar wij vroeger vanaf de caravan in een rubberbootje of op een luchtbed naartoe dreven, terwijl ik mijn eerste woorden Duits leerde. Insel moet één van de eerste geweest zijn. Hoewel ik aan gucken de grappigste herinnering overhoud. Een buurvrouw vroeg me eens “Möchtest du gucken” en ik was er vast van overtuigd dat ik iets lekkers zou krijgen in plaats van naar iets te kijken. Hij klimt in de boom van waaruit ik naar het water en de omgeving tuurde en wil het liefst meteen via de steile wand de heuvel omhoog klauteren. Een groep tieners kruist ons, gepakt en gezakt om te gaan zwemmen op de camping waar wij vandaan komen. Ik zeg hem dat het in mijn tijd andersom was. Toen was er geen zwembad op Altschmiede – de naam van de camping – en wandelden wij naar het Freibad, naast het voetbalveld waar we elk jaar met de verenigde vakantiegangers wel eens een partijtje tegen de lokale club speelden of aan een toernooi deelnamen.

In het dorp maken we een ommetje – het ijssalon is er niet meer – om dan via de straat wat hogere oorden op te zoeken. We passeren aan de Mariensäule, waar we vroeger regelmatig een familieportret maakten en ik mezelf af en toe alleen rustig in het gras nestelde om het dal te overschouwen. Hij ontdekt de rijpe Brombeeren, houdt meer van de zwarte dan de rode en leert mij dat je enkel de vruchten mag opeten die boven je knieholte hangen, want dan kunnen er geen dieren op geplast hebben. Met zijn zakmes bewerkt hij het zachte hout dat hij hier en daar vindt. Hij neemt foto’s van vlinders om nadien met zijn mama te delen want het is vlindertelweekend. Op de weg waar ik regelmatig in voorbereiding van het voetbalseizoen ging hardlopen, wijst hij me op het mooie kappelletje dat ik vroeger amper opmerkte terwijl ik puffend en zwetend kilometers aan het malen was. Van mindful sporten had ik nog nooit gehoord. We besluiten om de hoofdweg te verlaten en via een steiler pad en de grasweides weer naar de camping af te dalen. Ik herinner me hoe we er als tieners in de omgekeerde richting ooit een tocht zo lang mogelijk rechtdoor omhoog aflegden en op een zwerver stootten, die daar aan het rusten was en zijn verhaal deelde. Onze jongste gelooft me niet wanneer ik zeg dat er rechts in de wei ergens een kleine doorgang is waar ik vroeger van beneden naar boven klom. Wat verder vinden we die, weliswaar flink dichtgegroeid. Klimmen kinderen minder dan vroeger, nu er ook ander, digitaal vertier is? We kronkelen ons omlaag en komen effectief op de plek die ik me net als gisteren herinner. Waar ik het gevoel had een gevaarlijke berg te beklimmen wanneer ik mezelf via uitstekende stenen of boomwortels die nu veel bloter liggen dan toen een weg naar boven baande. Een paar meter lager komen we terug in de tijdelijk bewoonde wereld terecht, vlakbij het nieuwe sanitaire gebouw, waar het pad exact achter ons tentje blijkt uit te komen.

Na een frisse duik in het zwembad en een lekkere avondlijke hap in het dorp laat ik hem met zijn mama bellen zodat hij in geuren en kleuren over onze avonturen kan vertellen. We wandelen nadien nog tot helemaal aan het einde van het campingdomein. Het is al aardig donker en hij houdt mijn hand wat steviger vast dan bij het klimmen. Ik vertel hem hoe we daar met een hele groep jongeren ’s avonds een kampvuur maakten, zwommen, van de rots sprongen en doken of aan een touw boven het water bengelden. Hij is onder de indruk van het eeuwenoude stenen Römergrab. Op de terugweg naar onze tent zien we de jongeren van nu zich verzamelen. Nog even een koek en een glas melk bij kaarslicht, tanden poetsen en de tent in. Onder een heldere sterrenhemel die we vroeger wel eens bewonderden, languit in het gras liggend, langs de rustgevende ruisende rivier, keuvelend en speurend naar satellieten die geluidloos voorbijschoven terwijl de krekels op de achtergrond zongen. Kleertjes uit, pyjamaatjes aan en als haringen in een ton naast elkaar. Ik geniet ervan als ik hem nog met de zaklamp wat in zijn spannende boek zie lezen en geef hem nog een aai over zijn bol om dan de slaap te verwelkomen. Hoe vaak ik die nacht wakker word, me omdraai en kijk hoe hij zichzelf ingeduffeld heeft, weet ik niet. Maar die blik zorgt voor meer dan voldoende warmte tijdens de koele nacht.

“The past can’t hurt you anymore, not unless you let it.” (Alan Moore)

Op die manier verblijven we drie dagen in de minimaatschappij die zo’n camping tijdens de zomer altijd wordt, met verschillende persoonlijkheden en (opgeëiste of toegewezen) rollen. We zien hoe het leven samen met de ochtendzon traag op gang komt en de mist altijd wat langer in het dal blijft hangen. Mensen trekken naar de sanitaire blok voor hun wasje en plasje om dan hun vakantiedag te beginnen. Ieder op zijn eigen tempo. De spruit gaat even alleen klimmen op het plekje achter onze tent en naar de speeltuin. Ik zet me op de plooistoel. Ik ben. Een buurvrouw vertelt dat ze het zo’n leuk zicht vindt, een papa met zijn kleine. Stress lijkt ver weg, behalve wanneer ik zie hoe een aantal mensen zichzelf en anderen opnaaien wanneer hun tijdelijk toegewezen territorium bedreigd wordt of een niet-vastgemaakte hond plots richting een andere springt. Dat was nooit anders. Voor sommigen blijft het moeilijk om zelfs in een kuuroord de karakterkuren van thuis achterwege te laten. Misschien eens voorstellen om naast de watergymnastiek een kwartiertje ademhalingsoefeningen te organiseren.

Samen met mijn toekomst mooie nu-momenten beleven op een plek waar zich heel wat lief maar ook leed uit mijn verleden heeft afgespeeld. Zo glijden we die dagen verder. Spelen, wandelen, zwemmen, eten en drinken. Ik grasduin in mijn herinneringen zonder dat melancholie de bovenhand haalt. Regelmatig vertel of toon ik iets, bijvoorbeeld hoe je een platte steen over het water tot aan de overkant van de rivier kunt laten stuiteren. Hij probeert naar de overkant te stappen en slaagt er in, ook al wordt hij soms verrast door plotse niveauverschillen en staat hij tot aan de schouders in het water. Ik laat hem de oude schuur zien, waar koeien stonden en ik wel eens een balletje tegen de muur trapte of klopte. De binnenplaats, met kantine, winkeltje en stenen podium, die me even terugzappen naar de openluchtdisco, het gastoptreden van een concertgroep en de playbackshow die me in de huid van Meat Loaf, Rocco Granata en Raymond van het Groenewoud liet kruipen. Een HSP die zichzelf verkleedt of een masker opzet, verlegt net iets makkelijker de grenzen van zijn comfortzone. Het muurtje, vlakbij de immense treurwilg, ontmoetingsplek bij uitstek, waar bij vertrek en na het uitwisselen van adressen om elkaar te schrijven ook meestal afscheid genomen werd.

We ontmoeten een aantal vroegere Nederlandse en Duitse buren, die benieuwd zijn naar ma en pa, hun beste groeten overmaken en in de spruit een jongere versie van mijn broers en mij zien. Een vroegere kameraad van me is er ook, met vrouw en kleine. Ik had hem laten weten dat we op weekend zouden gaan en het toeval wil dat zij dezelfde plannen hadden. We hebben elkaar daar en ook thuis in goede en minder goede dagen gekend. Ik was getuige op zijn trouw. Zijn zoon uit een vorig huwelijk bruidskind bij ons. Op Altschmiede werden heel veel banden gesmeed. Sommige legeringen hielden stand, andere zijn geroest of gebroken. De laatste tijd waren we elkaar wat uit het oog verloren. Nu hebben we nog eens goed kunnen bijpraten over hoe het voor ons de voorbije jaren gelopen is. Met de nodige hordes, zo blijkt. Ik geef hem een exemplaar van Wake-up call om via mijn verhaal ook eens in de spiegel te kijken.

Terwijl de spruit op de laatste avond met de buurjongen aan het badmintonnen is, vraag ik me af hoe het mijn leeftijdsgenoten van toen vergaan is. Zijn ze stevig in hun leven geworteld of werd de voedingsbodem onder hun wortels al gedeeltelijk of zelfs helemaal weggespoeld? In welke mate heeft het leven hun jonge dromen uitgehold? Ik hoop en ga ervan uit dat ze net als ik ondanks eventuele tegenslagen of mindere periodes overeind gebleven zijn. Net als die boom aan de rotswand achter ons tentje, die flink ontworteld is maar nog steeds groeit en bloeit.

Na een laatste frisse duik breken we ons tijdelijke onderkomen nog sneller af dan we het opgebouwd hebben en keren we huiswaarts. Het duurt niet lang voor hij tegen zijn zachte kussen in slaap valt. Ik koester dit mooie vader-zoon-moment. Hij keek er enorm naar uit. Heeft genoten en wil terugkeren. Een hele week zelfs. Misschien wel eens met z’n viertjes. Maar dan liefst in één van de huisjes in plaats van een slaaptentje. Een drietal uur later laden we thuis de auto uit en krijgt vrouwlief-met-kuiltjes-als-ze-lacht in woord en beeld te horen hoe onze kampeertocht verlopen is.

Uiteraard hebben we de traditie van hartjesstenen verzamelen in ere gehouden, met drie fraaie exemplaren: van het wandelpad richting dorp, uit de rivier en van de smalle kronkelende straat tussen dorp en camping, een avontuur op zich wanneer je daar de eerste keer met de auto komt en een tegenligger ziet opduiken. Stenen symbolen voor het oord waar ik toen en nu gekuurd heb. Herinneringen in mijn hart gesloten. Een knipoog. Het besef dat het goed is zoals het is. Met zachte en scherpe randjes. De erosie van het leven aanvaarden. Via aandacht voor vandaag beter met gisteren en morgen omgaan.

 

7 gedachten over “Kuuroord

  1. Ik woon er en kan doorademen. Hier tikt de tijd anders. Je praat gewoon een half uur met de buurvrouw op straat. Er ist nog meer gemeenschap. Altijd welkom als je nog eens in de buurt bent.

    Like

  2. Leuk dat je dit samen met je zoon kan beleven.
    Momenten om te koesteren.
    Dat er nog vele leuke momenten mogen komen samen met je gezin & familie /vrienden.

    Like

  3. Mooi. Ging vroeger met mijn ouders ook geregeld naar Bollendorf. Niet op de camping maar op hotel. Zijn er weggebleven nadat de uitbaters , een oudere broer en zus , het hotel overlieten aan een jongere generatie en de gezelligheid en vooral de kwaliteit van het eten er niet meer zoals voorheen waren
    Misschien er toch ook eens terugkeren … Heb nu tijd tijdens de weekends .
    Groeten. Benny.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.