Tradities worden in ere gehouden of doorbroken. Een beetje zoals de meest voorkomende vraag “Hoe gaat het?” steevast een positief antwoord krijgt, zelfs wanneer de realiteit daardoor meer met verhullen dan ontbloten te maken krijgt. Want vaak is de afzender of ontvanger daar niet klaar voor. Misschien zijn ze dat beide niet. Sinds de recente uitstap naar onze oosterburen zal de vraag “Alles gut?” voor een glimlach zorgen en me doen terugdenken aan de enthousiaste vrouwelijke ober die zo het midden hield tussen vissen of we het naar onze zin hadden of zin in meer van het menu toonden. Bij de hete temperaturen was die tweede grote frisdrank effectief welkom, dus iedereen kreeg zijn zin. Een gewoonte die ik met graagte aanhoud, is het alternatieve reisverslag via een paar beelden die mij opvielen of een loopje met mijn gedachten namen, meestal letterlijk, soms figuurlijk.

Alte Liebe. De naam van een schip langs één van de vele stromen. Aangezien ik als kind en tiener het gros van mijn vakanties in de Duitse Südeifel doorbracht, zal het land met de taal die echt wel zachter is dan men soms doet uitschijnen een bijzonder plekje in mijn herinneringen blijven hebben. Aber gerne, met veel plezier dus richting de regio’s waar ik eerder niet halt hield.

Kaffee und Kuchen. Hoe typisch kan het zijn. Heiße Schokolade mag ook. Lekkere koffie met een goed stuk gebak om een kleine honger te stillen. En een flashback naar toen ik nog volop de taal onder de knie probeerde te krijgen. Een buurvrouw vroeg me “Möchtest du gucken” en ik was er vast van overtuigd dat ik iets lekkers zou krijgen in plaats van naar iets te kijken.
Atmen am Gradierwerk. Het was bijzonder warm, tot we op dit plekje langs het water in de groene stadsrand landden. Terwijl het water langs de sleedoorntakken naar beneden sijpelt, verdampt puur water door wind en zon. Het zout blijft achter op de takken of lost op in minuscule, zwevende waterdruppeltjes (aerosolen) in de lucht. Daar op een bankje zitten. Stil. Rustgevend. Helend.

Een reiziger die besluit dat het goed geweest is, kapotte motor, een statement? Geen idee. Het huis op wielen werd er eentje op poten en heeft voor mij iets weg van een lege schelp of een immobiele slak die niet meer van plek geraakt. Cochlea immobilis. Ik noemde me ooit een slak met tuinvrees, vanuit de angst om de voelsprieten te strekken en voluit door mijn biotoop te glijden.

Ik had het pas door toen ik op de knop van mijn smartphone wilde drukken. Het licht projecteert mijn schaduw op de spreuk Follow your dreams. Niet de grootste sterkte van de twijfelaar die zich ooit een levend vraagteken noemde. Een dubbele projectie zelfs, alsof ook de schaduw nog eens uit zichzelf wil treden of – in tegenstelling tot Lucky Luke – moeite doet om trager te zijn dan zijn galopperende evenbeeld.
Ook in het Duits lezen sommige wijsheden uit de oude doos als een trein. Misschien is vandaag het moment dat je later geluk noemt. Het leven is als een spiegel; als je ernaar lacht, lacht hij terug. Er zijn wijnen die beter worden met tijd en er zijn tijden die beter worden met wijn. De schoonheid van het vergankelijke. (Slideshow)
Ik kwam slakjes en helixvormen tegen, op eerder onverwachte plekjes. Op het trapje bij een voordeur. In de lamp richting binnenkoer van een burcht. Bij het huis van een kunstenaar die ze in zijn werk integreerde. Een lege schelp vlakbij een hartjessteen in de riviermonding op een plekje waar de tijd zichzelf even leek te vergeten (het dorpje waar ook die camper van het eerdere beeld stond). Het ornament om even op uit te rusten, waarvan ik de vorm bij het even rechtstaan pas doorhad en waarna ik me ter plekke een momentje in mezelf genesteld heb. (Slideshow)
Lagen er bij thuiskomst een paar hartjesstenen in de auto? Jazeker. En uiteraard kwam ik ze ook in andere vormen tegen, op de grond, recht voor me en in de lucht. Een vlek op de grote trap richting een kerk. In de kapotte rand van een bord die toont hoe het spontaan op de juiste plaats kan zitten. Tussen de stoeptegels. In voorbij glijdende wolken. Bij het huis van diezelfde kunstenaar, die ook een paar stenen in zijn kunst verwerkt had. De laatste in de reeks is een steen die op een bergtop lag die we na een stevige wandeling bereikten en vanwaar we ons hotel bij het meer net voor zonsondergang konden bewonderen. De steen was één van de grootste ooit, veel te zwaar, ook met de auto onbereikbaar, en we moesten bij de invallende duisternis nog door het bos terug omlaag, het hart verlicht in elke zin van het woord. (Slideshow)
Ja, alles gut 😊, tschüss…















