Soms schrijf en post ik kronkels aan de lopende band. Soms tokkel ik en gaan ze in de digitale schuif voor ooit eens. Soms is de pen even in platte rust. Soms zijn er stukken waar ik tig keer aan begin en die net voor het online zetten herwerkt worden omdat er iets beweegt. Dit is er eentje van de laatste soort, waarbij een heel klein beestje me zelfs aan het twijfelen gebracht heeft om het misschien beter op de harde schijf te parkeren in plaats van te publiceren. Dus als je het gevoel hebt dat er minder draad in zit dan anders of dat de context de tekst af en toe ingehaald heeft, dan weet je hoe het komt.
Het kan ondertussen weggezet worden als vloeken in de kerk: de periode die steevast bestempeld wordt als bijzonder, uitzonderlijk, ongezien of catastrofaal zorgt uiteindelijk misschien wel voor wat soelaas op andere vlakken. Zo haalde ik dit voorjaar, net na die vrijdag de 13e, hoopvol via een veertigtal quarantainegedachten onder andere aan dat corona ons verplicht heeft anders naar onszelf en de samenleving te kijken. In plaats van naar steeds verdere bestemmingen te trekken, hebben we mooie plekjes in eigen streek en land (her)ontdekt. We deden dat massaal wandelend, hardlopend en fietsend… in gezondere lucht. Zorgden voor elkaar. En ontdekten de voordelen van (gedeeltelijk) telewerk. Files? Welke files?