Nu grasperken en hagen onder een dunne witte vriessprei ontwaken en wij ons liefst nog eens omdraaien vooraleer uit ons dekennestje te komen, doen bomen in het ochtendschemer van een schitterende winterzon bij negatieve temperaturen hun laatste jas uit terwijl wij er één extra om het lijf slaan vooraleer we de deur uitgaan. De dagen worden korter, zo leert de volkswijsheid, hoewel dat enkel een perceptie is. Een dag duurt altijd even lang, maar is de ene keer wat donkerder of lichter dan de andere, in alle betekenissen van het woord. Het is de periode waarin ik met ontstoken autolichten naar het werk vertrek en ook weer thuiskom, onze kippen vroeger knus tegen elkaar op hun stok kruipen en ons land zich opmaakt voor de Warmste Week.
Ik kijk omhoog en zie hoe de sterren zich opwarmen om straks in een heldere nacht boven ons hoofd te schitteren. Sommige fonkelaars zien we terwijl ze er al niet meer zijn omdat het licht er zo lang over doet om ons te bereiken. Een blik omhoog is dus eigenlijk een blik in het verleden. Iemand die ons ontvallen is, blijft ook in onze verbeelding aanwezig zoals hij of zij was op het moment dat het licht voor hem of haar ophield. Ik groet de Kleine en de Grote Beer – mezelf afvragend waarom die zo genoemd worden – en kijk via opvallende sterren in de ogen van een aantal dierbare gezichten die al een hele tijd niet meer veranderd zijn. In december staan mensen meer dan anders stil bij het leven en maken ze net als de meeste bedrijven de balans van het voorbije jaar op. Lees volledige tekst P2P
